Keuzes

Esther Beek, psychoanalytisch psychotherapeut in opleiding

In mijn team binnen een grote GGZ-instelling zijn we al geruime tijd druk bezig de veranderingen in te voeren die nu blijkbaar het beste lijken aan te sluiten bij de politieke wensen van dit moment. Ik werk relatief kort in de geestelijke gezondheidszorg, waarbij ik, als stagiair psychologie, begon in een therapeutische gemeenschap, ruim 15 jaar geleden. Daar was ik getuige van hoe een pracht-, maar voor mij nog moeilijk te doorgronden fenomeen (psychodynamische dagbehandeling en kliniek) werd opgedoekt in het kader van decentralisatie.

Op dit moment zit ik weer, zoals gezegd, midden in een grootschalige wijziging. Ik werk als enige psychotherapeut in een team, dat oorspronkelijk gespecialiseerd is in ouderenpsychiatrie. Het team bestaat uit psychiaters, specialisten ouderengeneeskunde, andersoortige artsen, spv-en, nurse practitioners en ambulant verpleegkundigen. Mijn psychodynamische manier van werken paste tot nu toe prima in deze omgeving. En wanneer er meer klachtgerichte en kortdurende inzet nodig leek, was er altijd wel een gz-psycholoog voor handen die middels cognitieve gedragstherapie de eerste of enige noodgrepen toepaste. In het kader van die grootschalige wijziging werd ons gevraagd een keuze te maken: wil je in een wijkteam, wil je in een specialistisch ouderenteam (waar patiënten niet langer dan 2 jaar in zorg mogen zijn) of wil je in het geriatrie team (waarbij de focus op cognitieve problematiek ligt).

Als je de opties goed leest, was er weinig ruimte voor langdurend veranderingsgerichte behandelmogelijkheden. Daar zat ik dan met mijn proces-, en persoonsgerichte opleiding. Stel ik koos voor het specialistisch ouderenteam, hoe moest het verder met mijn huidige patiënten, volwassenen onder de 65 maar ook adolescenten die met mij een langdurend traject zijn aangegaan? Moest ik daar mijn intensieve (1×7, want dat heet bij ons intensief) psychotherapieën mee afbreken en de patiënten doorverwijzen naar een ander deel van onze grote instelling? Dit heeft me flink wat hoofdbrekens gekost.

Gezien de ontwikkelingen met MBT en TFP en het belang om toch maar aan te sluiten bij de “evidence based drive” van deze tijd voelde ik me eigenlijk richting het wijkteam geduwd, onbewust, want de keuze stond vrij. Ik ben toch zo goed opgeleid met betrekking tot persoonlijkheidsproblematiek, dan zal ik daar mijn kennis en kunde moeten inzetten waar die het meest te vinden is. En in de wijkteams is hardnekkige problematiek te vinden.

Toch zag ik mij niet in een team mijzelf bezighouden met ernstig verstoorde levens waarbij vooral op sociaal maatschappelijk niveau veel moest gebeuren in samenwerking met een veelheid aan andere zorginstellingen uit de buurt. Wel kon ik mijn rol als procesbewaker in het team zien en daarmee mezelf dienstbaar maken. Maar een veld met veel vastgelopen as IV-problematiek en soms ook nog problemen in de psychotische hoek is toch niet de plek waar ik me dacht nuttig te kunnen maken.

Klopten mijn overwegingen wel? Met een klein deel van het team richten we ons soms ook op de zeer kwetsbare persoonlijkheden met flink wat vinkjes op de as IV. Dan hebben we regulier overleg en veel adhoc uitwisselingen over de meest recente belevenissen en bijbehorende tegenoverdracht. Een patiënt die bij verschillende instellingen is weggelopen of is uitgeschreven omdat het snel vastliep, wegens frustratie aan beide zijden, is nu toch alweer een aantal jaar in zorg bij ons, juist door de kennis van theorieën van Melanie Klein en het beschikbaar zijn als bad object. Niet dat de behandeling nu een kabbelend beekje is, integendeel, maar dat is dan ook wat we als onze taak zien, de holding environment creëren waarbinnen deze patiënt het minst last ervaart en de kans op decompenseren het kleinst is.

Inmiddels heb ik mijn keuze gemaakt voor het specialistisch ouderenteam en blijkt de soep gelukkig toch niet zo heet te worden gegeten ten aanzien van mijn lopende behandelingen. Vooral door de praktische stroop die is ontstaan bij de wisselingen van de wacht. En door een manager die het belang ziet van de relationele kant van de psychotherapie, kan ik mijn volwassen en adolescente patiënten gewoon blijven zien tot we klaar denken te zijn. Ook al zit ik in dit specialistisch ouderenteam. Zo lang ik werk, maak ik mee dat er beknibbeld wordt op de therapeutische mogelijkheden, het gaat van kwaad tot erger. Echter zolang ik me nog kan blijven uitdrukken in de taal die mij het beste past, niet in het minst omdat er nog managers zijn die dit toelaten ondanks alle veranderingen waartoe zij zich dienen te verhouden, kan ik voorlopig gewoon blijven werken in deze grote GGZ-instelling.

Meer berichten uit de spreekkamer