Geen praktijk zonder theorie

Theo Verbeek , vrijgevestigd psychoanalytisch psychotherapeut Amsterdam & Callantsoog

Recent sloot ik de NVPP opleiding af. Het waren rijke volle jaren waarin veel theoretische onderbouwing weer opgefrist, verdiept en verbreed werd. Niets is prettiger dan dat je dagelijks ziet dat theorie in de spreekkamer uitgespeeld en bewaarheid wordt

Zo volgde ik afgelopen jaar op het NPI het blok Melanie Klein  waarin we uitgebreid stil stonden bij de door haar beschreven  depressieve en paranoïd-schizoïde posities. In dezelfde periode werd ik getroffen door een neurologisch beeld met acuut geheugenverlies. De werkdag diende dus gecanceld te worden en op instigatie van mijn vrouw vanaf haar werk zei ik de eerste afspraak  af met een korte ingefluisterde zin: “ik ben ziek en ik kan vandaag niet werken”.

Mijn cliënt die dag betrof Rob, een 20 jarige begaafde en stoere  scholier met een getroebleerde achtergrond, vastgelopen in dysthyme klachten, impulscontrole problemen, drugsmisbruik, interactionele problemen en dreigende persoonlijkheidspathologie. Rob was al uitgebreid behandeld door de 1e lijn maar  de problematiek bleek te complex en taai en hij in zijn optreden in de werkrelatie slim, lastig en heftig. Met Rob had ik een pas gestarte inzichtgevende psychotherapie afgesproken waarin we elkaar minstens een jaar wekelijks zouden zien om externalisatie en ageergedrag, naast gezonde doorgroei in ontwikkelingstaken als topics te exploreren. Toen ik die betreffende vroege donderdagmorgen  hem bij de deur trof en de afspraak afzegde, vertrok hij verslagen. De week erop, mijn mist door het neurologisch toestandsbeeld was reeds opgetrokken, trof ik Rob weer. Actief bracht ik de gang van zaken van de afgelopen week in. Ik gaf uitleg over het acute goedaardige neurologische beeld en vroeg vervolgens naar zijn beleving mbt het voorval. Rob raakte wat ontzet en meldde dat hij het afzeggen door de mij zag als een testcase voor zijn frustratie tolerantie. In de afgelopen dagen had hij zichzelf ook afgevraagd of ik werkelijk wel wat had waardoor ik hem de deur wees; nu ter plekke dacht hij dat nog! Door middel van containment en het feit dat verdere exploratie van deze beladen gevoelens voor ons beiden ( ook voor mij als behandelaar vanwege het persoonlijke karakter op dat moment)  in deze beginfase van de behandeling nog niet opportuun waren, gingen we door op andere onderwerpen en zijn gevoelsbeleving.

Later die avond en werkweek, reflecterend op Rob’s reactie en met de theorie van Klein nog recent in mijn hoofd, zag ik hoe Rob als verlaten baby door zijn vader, verwaarloosd opgegroeid bij zijn grenzeloze wat esoterische moeder, mij zijn verinnerlijkte ouders toonde als overdrachtsfiguur. De paranoïd-schizoïde positie met nijd, de slecht te verdragen ambivalenties, de vernietigingsangsten en magisch omnipotente ontkenning als wel het tekort aan objectconstantie kwam mijn kamer binnen. Ik werd  in psychoanalytische termen als therapeut het slechte object wat door het Ego vernietigd diende te worden.

Inmiddels zijn we een jaar verder en hebben ons behandelcontract verlengd. Het gaat goed met Rob en mij. We treffen elkaar elke donderdagmorgen en tussen hem en mij gebeurt in de kamer steeds meer wat bespreekbaar en voor hem ( en mij)  te verdragen is . Zijn leven kent minder excessen en meer successen. Deze column is nu ook weer onderwerp van gesprek geweest waarin we terugblikten op dit illustratieve voorval.

In mijn therapiestoel voel ik me bekwamer, sterker en professioneler. Geen praktijk zonder goede theorie. Dat is niet in de laatste  plaats te danken aan de rijke psychoanalytische referentiekader; mede met dank dus aan Melanie Klein.

 

Meer berichten uit de spreekkamer