Statuten

NAAM EN ZETEL

Artikel 1.

1.    De vereniging draagt de naam: Nederlandse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie.

2.    De vereniging is gevestigd te Amsterdam.

DOEL

Artikel 2.

1.    De vereniging heeft ten doel: het bevorderen van de beoefening en van de ontwikkeling van de psychoanalytische psychotherapie in zijn verschillende vormen en toepassingen en voorts al hetgeen met één of ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords. Daarbij baseert de vereniging zich op de psychoanalytische wetenschap van Sigmund Freud en de latere ontwikkelingen daarin.

2.    De vereniging tracht haar doel te bereiken door:

a. regelmatig wetenschappelijke en andere vergaderingen van haar leden te beleggen;

b.  de opleiding in de psychoanalytische psychotherapie te bevorderen;

c.  wetenschappelijke activiteiten te stimuleren;

d.  contacten met binnen- en buitenlandse verenigingen, die een gelijk of aanverwant doel nastreven, te bevorderen en te onderhouden;

en voorts door het aanwenden van alle andere wettige -middelen welke voor het bereiken van het gestelde doel nuttig of nodig worden geacht.

3.    Onder psychoanalytische psychotherapie wordt in deze statuten verstaan: psychotherapie vanuit een psychoanalytisch referentiekader, met uitzondering van de psychoanalyse in strikte zin.

VERENIGINGSJAAR

Artikel 3.

Het verenigingsjaar valt samen met het kalenderjaar.

LIDMAATSCHAP

Artikel 4.

1.    Het bestuur beslist over de toelating van een lid. Bij niet toelating door het bestuur kan de algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten.

De te volgen procedure van toelating tot het lidmaatschap wordt geregeld in het Huishoudelijk Reglement.

2.    Het bestuur houdt een lijst bij, waarin de namen en adressen van alle leden zijn opgenomen, alsmede de vermelding welk type lidmaatschap, als weergegeven in artikel 4 lid 3, van toepassing is.

De leden zijn verplicht hun adres en wijzigingen daarin onverwijld aan het bestuur mede te delen.

3.    De vereniging kent:

a. aspirant leden;

b. register leden;

c. gewone leden;

d.  leden specialisten;

e.  belangstellende leden.

Waar in deze statuten over het lidmaatschap respectievelijk leden wordt gesproken, worden daaronder alle categorieën van een lidmaatschap respectievelijk leden verstaan, tenzij het tegendeel blijkt.

4.    Aspirant leden kunnen diegenen zijn, die een door de vereniging erkende opleiding in de psychoanalytische psychotherapie volgen; de toelatingsprocedure en de nadere omschrijving van de aan het aspirantlidmaatschap te stellen eisen, worden verder in het Huishoudelijk Reglement geregeld.

5.    Register leden kunnen diegenen zijn die staan ingeschreven in één van de door de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie erkende registers, die nader worden omschreven in het Huishoudelijk Reglement.
De eisen van toelating tot een register worden in het Huishoudelijk Reglement nader omschreven en uitgewerkt.

6.    Gewone leden kunnen diegenen zijn die voldoen aan alle volgende eisen:
a. het beschikken over een:
–   BIG-registratie Psychotherapeut; of
–    BIG-registratie als GZ-psycholoog met als specialisatie klinisch psycholoog; of

–    registratie als arts met als specialisatie psychiater of BIG- registratie als psychiater.

b.    het hebben gevolgd (of volgen) van een leerbehandeling waarbij sprake is geweest (respectievelijk is) van een psychoanalytisch proces.

c.    het met succes hebben gevolgd van de opleiding en de supervisies, zoals in het Huishoudelijk Reglement nader wordt omschreven en uitgewerkt.

7.    Leden specialisten kunnen die gewone leden zijn die tevens voldoen aan één van de volgende eisen:

a.    ingeschreven staan in één van de in het Huishoudelijk Reglement opgenomen registers;

b.    gewoon lid zijn van een, in het Huishoudelijk Reglement erkende, analytische vereniging of gewoon lid zijn van een, in het Huishoudelijk Reglement erkende, specialistische psychotherapie vereniging en binnen deze vereniging de psychoanalytische variant hebben afgerond;

c.    de erkenning als supervisor of (psychoanalytisch) leertherapeut of leeranalyticus hebben verworven volgens de in het Huishoudelijk Reglement uitgewerkte regels en procedures.

8.    Belangstellende leden kunnen diegenen zijn van wie het bestuur het lidmaatschap relevant acht.

9.    Aspirant leden en belangstellende leden hebben geen stemrecht. Zij zijn benoembaar in functies binnen de vereniging, doch niet als lid van het bestuur.

10.  Register leden (indien tevens psychotherapeut), gewone leden en leden specialisten hebben stemrecht en zijn benoembaar in alle functies binnen de vereniging. Zij hebben alle rechten en plichten verbonden aan het lidmaatschap.

CONTRIBUTIE

Artikel 5.

1.    Leden zijn verplicht tot betaling van een jaarlijkse contributie, vast te stellen door de algemene vergadering.

2.    Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van contributie te verlenen.

EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP EN SCHORSING

Artikel 6.

1.    Het lidmaatschap eindigt:

a.  door de dood van het lid;

b,  door opzegging door het lid;

c.  door opzegging door de vereniging;

d.  door ontzetting.

2.    Opzegging van het lidmaatschap door het lid kan slechts schriftelijk geschieden tegen het einde van het verenigingsjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken, met dien verstande dat:

a.  een lid zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang kan opzeggen binnen één maand nadat hem een besluit is meegedeeld tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm of tot fusie;

b. een lid zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang kan opzeggen binnen één maand nadat een besluit, waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn verplichtingen – andere dan de verplichtingen van geldelijke aard – zijn verzwaard, hem is bekend geworden of medegedeeld; het besluit is alsdan niet op hem van toepassing.

3.    Een opzegging van het lidmaatschap door het lid in strijd met het in het vorige lid bepaalde, doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip, volgende op de datum waartegen was opgezegd.

4.    Opzegging van het lidmaatschap door de vereniging geschiedt door het bestuur. Deze kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap, zoals omschreven in artikel 4 te voldoen, wanneer hij zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. Opzegging door het bestuur geschiedt met onmiddellijke ingang.

5.    Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door de algemene vergadering. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. Ontzetting doet het lidmaatschap met onmiddellijke ingang eindigen.

6.    Een lid is niet bevoegd door opzegging van zijn lidmaatschap een besluit waarbij de verplichtingen van de leden van geldelijke aard zijn verzwaard, te zijnen opzichte uit te sluiten.

7.    Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging op grond dat een lid zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsook dat redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkene binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open op de commissie van beroep.

Hij wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst, met dien verstande dat het geschorste lid het recht heeft zich in de vergadering van de commissie van beroep, waarin het in dit lid bedoelde beroep wordt behandeld, te verantwoorden.

8.    Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt, blijft desalniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd.

9.    Het bestuur kan besluiten een lid te schorsen. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot beëindiging van het lidmaatschap, eindigt door het verloop van die termijn.

HET BESTUUR

Artikel 7.

1.    Het bestuur bestaat uit tenminste vijf bestuurders. De benoeming geschiedt door de algemene vergadering uit de gewone leden.

Het aantal bestuurders wordt vastgesteld door de algemene vergadering.

2.    Kandidaten voor het bestuur worden gesteld door het bestuur, alsmede op voorstel van tenminste zeven stemgerechtigde leden. Dit laatste voorstel dient ten minste tien dagen voor de desbetreffende vergadering schriftelijk bij het bestuur te worden ingediend onder overlegging van een verklaring van de betrokkene dat hij bereid is een bestuurslidmaatschap te aanvaarden.

3.    Bestuursleden genieten als zodanig geen bezoldiging. Reis-, verblijf- en dergelijke kosten kunnen voor rekening komen van de vereniging.

DUUR, EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP, SCHORSING

Artikel 8.

1.    Elke bestuurder treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreden, met dien verstande dat zolang in de vacature van de periodiek aftredende bestuurder niet is voorzien, hij in functie blijft. De aftredende bestuurder is terstond herbenoembaar voor een volgende periode van ten hoogste drie jaar. Een bestuurder kan maximaal twee keer herbenoemd worden. Wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster van aftreden de plaats in van zijn voorganger.

2.    Een bestuurder defungeert voorts door:

a. ontslag uit de bestuursfunctie door de algemene vergadering;

b. het eindigen van zijn lidmaatschap van de vereniging;

c. zijn schriftelijk bedanken; en

d. het verlies van het vrije beheer over zijn eigen vermogen.

3.    Bij ontstentenis of belet van een bestuurder zijn de overige bestuurders met het bestuur belast. Tijdens het bestaan van ten hoogste twee vacatures geldt het bestuur als volledig samengesteld. Het bestuur is verplicht binnen drie maanden een algemene vergadering bijeen te roepen om in de vacature(s) te voorzien.

4.    Elke bestuurder, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.

BESTUURSFUNCTIES EN BESLUITVORMING VAN HET BESTUUR

Artikel 9.

1.    Het bestuur heeft een voorzitter, een secretaris en een penningmeester, en zodanige andere functionarissen als het wenselijk acht. De drie eerstgenoemde functionarissen worden in functie benoemd door de algemene vergadering.

Eén bestuurder kan meer dan één functie bekleden.

2.    Het bestuur vergadert zo dikwijls dit ingevolge de statuten nodig is of de voorzitter of een andere bestuurder zulks wenst.

3.    In vergadering kunnen slechts besluiten worden genomen indien tenminste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Een bestuurder kan zich ter vergadering, mits schriftelijk, door een medebestuurder laten vertegenwoordigen.

Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuurders zich omtrent het desbetreffende voorstel schriftelijk hebben uitgesproken.

4.    Alle bestuursbesluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van stemmen.

5.    Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris notulen opgesteld, die na vaststelling door het bestuur door de voorzitter en de secretaris worden ondertekend.

6.    Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voorzover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van dit oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

BESTUURSTAAK EN BEVOEGDHEID

Artikel 10.

1.    Het bestuur is belast met het besturen van de vereniging. Het bestuur kan als zodanig een of meer van zijn taken en/of bevoegdheden, mits duidelijk omschreven, overdragen. Degene die aldus taken uitvoert en/of bevoegdheden uitoefent, handelt onder verantwoordelijkheid van het bestuur.

2.    Erfstellingen mogen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.

3.    Het bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen alsook tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt.

VERTEGENWOORDIGING

Artikel 11.

1.    De vereniging wordt vertegenwoordigd door het bestuur. Voorts kan de vereniging worden vertegenwoordigd door de voorzitter samen met de secretaris, of door de voorzitter samen met de penningmeester.

2.    Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van schriftelijke volmacht aan één of meer bestuurders alsook aan derden, om de vereniging binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. Deze volmacht dient ondertekend te zijn door de voorzitter en hetzij de secretaris, hetzij de penningmeester. Het bestuur kan besluiten aan gevolmachtigden een titel te verlenen.

3.    Het bestuur zal van het toekennen van doorlopende vertegenwoordigingsbevoegdheid opgave doen bij het verenigingenregister.

4.    Indien een bestuurder een tegenstrijdig belang heeft met de vereniging kan hij niettemin de vereniging vertegenwoordigen tenzij de algemene vergadering daartoe een of meer personen aanwijst.

VERGADERINGEN

Artikel 12.

De vergaderingen van de vereniging worden onderscheiden in wetenschappelijke en algemene vergaderingen. Deze laatste omvatten de jaarvergaderingen en de buitengewone algemene vergaderingen.

JAARVERSLAG – REKENING EN VERANTWOORDING

Artikel 13.

1.    Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging en van alles betreffende de werkzaamheden van de vereniging, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de vereniging kunnen worden gekend.

2.    Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, zijn jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de algemene vergadering over. Deze stukken worden ondertekend door de bestuurders; ontbreekt de ondertekening van een of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt. Na verloop van de termijn kan ieder lid van de gezamenlijke bestuurders in rechte vorderen dat zij deze verplichtingen nakomen.

3.    Tenzij aan de algemene vergadering omtrent de getrouwheid van de stukken een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393 Boek 2 Burgerlijk Wetboek wordt overgelegd, benoemt de algemene vergadering jaarlijks uit de leden een kas-controlecommissie van tenminste twee personen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur.

De commissie onderzoekt de stukken bedoeld in de tweede zin van lid 2 en brengt aan de algemene vergadering verslag uit van haar bevindingen.

4.    Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan de kas-controle commissie, mits met goedkeuring van het bestuur, zich voor rekening van de vereniging door een deskundige doen bijstaan.

Het bestuur is verplicht aan de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te vertonen en inzage van de boeken en bescheiden van de vereniging te geven.

5.    Het bestuur is verplicht de in de leden 1 en 2 bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende tien jaren te bewaren.

6.    De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.

ALGEMENE VERGADERING

Artikel 14.

1.    Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, wordt een algemene vergadering -de jaarvergadering- gehouden.

2.    Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.

3.    Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van tenminste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte der stemmen, verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan overeenkomstig artikel 15.

WIJZE BIJEENROEPEN EN TOEGANG

Artikel 15.

1.    De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden volgens het ledenregister. De termijn van oproeping bedraagt tenminste zeven dagen, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend.

2.    Bij de oproeping worden de op de vergadering te behandelen onderwerpen vermeld.

3.    Toegang tot de algemene vergadering hebben:

alle niet geschorste register leden, gewone leden, leden specialisten en bestuurders van de vereniging. Bij Huishoudelijk Reglement kan bepaald worden dat niet geschorste aspirant leden en niet geschorste belangstellende leden toegang hebben tot de algemene vergadering.

Over toelating van anderen dan de hiervoor bedoelde personen beslist de algemene vergadering.

STEMRECHT EN BESLUITVORMING

Artikel 16.

1.    In vergaderingen hebben alle niet geschorste register leden, gewone leden en leden specialisten stemrecht. Ieder zodanig lid kan één stem uitbrengen.

Ieder lid is bevoegd zijn stem te doen uitbrengen door een schriftelijk daartoe gemachtigd ander gewoon lid.

2.    Besluiten worden genomen bij volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen, tenzij in deze statuten anders is bepaald.

Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.

3.    Indien de stemmen staken over een ander voorstel dan de benoeming van personen, is het voorstel verworpen.

4.    Stemming over personen geschiedt schriftelijk tenzij de vergadering besluit tot stemming bij acclamatie. Indien bij een benoeming van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming (tussen de voorgedragen kandidaten) plaats. Heeft alsdan weer niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats, totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken.

Bij gemelde herstemmingen (waaronder niet is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen, op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht. Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht. Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.

5.    Een eenstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.

6.    Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter, dat door de vergadering een besluit is genomen, is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

7.    Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van dit oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

REFERENDUM

Artikel 17.

1.    Het referendum is een schriftelijke raadpleging van en stemming door de register leden, gewone leden en leden specialisten over een besluit, dat op een algemene vergadering is genomen. Zowel de algemene vergadering als het bestuur kan besluiten dat een ter algemene vergadering genomen besluit aan een referendum zal worden onderworpen.

2.    Hangende de uitslag van het referendum wordt de uitvoering van het besluit geschorst.

3.    De uitslag van het referendum prevaleert boven het door de algemene vergadering genomen besluit, tenzij het aantal respondenten op het referendum kleiner is dan het aantal leden dat op de betrokken algemene vergadering zijn stem heeft uitgebracht.

4.    Het referendum dient te worden gehouden binnen vier weken nadat het aan het referendum te onderwerpen besluit werd genomen. Het bestuur zendt, met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in artikel 15 lid 1 en 2, aan alle register leden, gewone leden en leden specialisten een stembiljet vergezeld van een circulaire, waarin het aan het referendum te onderwerpen besluit volledig is opgenomen en waarin de datum waarvoor het stembiljet dient te worden geretourneerd, is vermeld.

VOORZITTERSCHAP – NOTULEN

Artikel 18.

1.    De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur. Ontbreekt de voorzitter dan treedt een door het bestuur aangewezen andere bestuurder als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelve.

2.    Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aan gewezen persoon notulen gemaakt, die na vaststelling door de algemene vergadering door de voorzitter en de notulist worden ondertekend. De inhoud van de notulen wordt ter kennis van de leden gebracht.

3.    Indien een vergadering met inachtneming van het bepaalde in artikel 14 lid 3 van deze statuten op verzoek van leden wordt bijeengeroepen, kunnen degenen die de vergadering hebben verzocht anderen dan bestuursleden belasten met de leiding van de vergadering en het opstellen van de notulen.

COMMISSIES EN WERKGROEPEN

Artikel 19.

1.    Het bestuur kan één of meerdere commissies en/of werkgroepen instellen en opheffen.

2.    Het bestuur stelt de taak en de bevoegdheden van de commissies en/of werkgroepen vast.

3.    De leden van de commissies en/of werkgroepen worden benoemd en ontslagen door het bestuur, al dan niet uit zijn midden.

HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Artikel 20.

1.    Bij Huishoudelijk Reglement kan, naast hetgeen reeds in deze statuten wordt genoemd, al datgene geregeld worden, waarvan een nadere regeling gewenst wordt geacht, waaronder een eventuele klachtenregeling ten aanzien van de leden van de vereniging in de uitoefening van hun beroep als psychotherapeut, welke klachtenregeling ook bij afzonderlijk reglement kan worden vastgelegd. Het Huishoudelijk Reglement mag geen bepalingen bevatten, die in strijd zijn met de wet of de statuten.

2.    Het Huishoudelijk Reglement wordt vastgesteld en gewijzigd door de algemene vergadering. De tekst daarvan moet letterlijk met de eventuele toelichting vijf dagen voor de desbetreffende vergadering op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage liggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.

3.    De besluitvorming inzake het Huishoudelijk Reglement geschiedt met een meerderheid van tenminste drie/vierde van de geldig uitgebrachte stemmen.

STATUTENWIJZIGING EN FUSIE

Artikel 21.

1.    In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden aangebracht dan door een besluit van de algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.

2.    Tenminste vijf dagen voor de algemene vergadering dient een afschrift van het voorstel waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage te liggen tot na afloop van de dag, waarop de vergadering wordt gehouden.

3.    Het besluit tot wijziging van de statuten kan slechts worden genomen met een meerderheid van tenminste drie/vierden van de geldig uitgebrachte stemmen.

In de vergadering moet tenminste de helft van de register leden, gewone leden en leden specialisten aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

4.    Indien in een vergadering waarin een voorstel tot statutenwijziging aan de orde is, niet tenminste de helft van de gewone leden aanwezig of vertegenwoordigd is, dan wordt een nieuwe vergadering bijeengeroepen, te houden tenminste veertien dagen later, doch uiterlijk binnen dertig dagen na de eerste. In deze vergadering kan een besluit tot statutenwijziging rechtsgeldig worden genomen met een meerderheid van tenminste twee/derden van de geldig uitgebrachte stemmen ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden.

5.    Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing bij een besluit tot fusie.

Artikel 22.

Het in artikel 21 bepaalde is niet van toepassing indien op de algemene vergadering alle stemgerechtigde leden aanwezig zijn en het besluit tot statutenwijziging met algemene stemmen wordt genomen.

Artikel 23.

De statutenwijziging treedt niet in werking, dan nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Iedere bestuurder is afzonderlijk bevoegd gemelde notariële akte te verlijden.

ONTBINDING

Artikel 24.

1.    De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering. Het bepaalde in de artikelen 20 en 21 is van overeenkomstige toepassing.

2.    De vereniging blijft na ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moet aan haar naam worden toegevoegd: in liquidatie. De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaars bekende baten meer bekend zijn.

3.    De bestuurders zijn de vereffenaars van het vermogen van de vereniging. Op hen blijven de bepalingen omtrent de benoeming, de schorsing, het ontslag en het toezicht van bestuurders van toepassing. De overige statutaire bepalingen blijven eveneens zo veel mogelijk van kracht tijdens de vereffening.

4.    Het batig saldo na vereffening wordt aangewend voor door de algemene vergadering te bepalen zodanige doeleinden als het meest met het doel van deze vereniging overeenstemmen.

5.    Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden vereniging gedurende tien jaar onder berusting van de door de algemene vergadering daartoe aangewezen persoon.

SLOTBEPALING

Artikel 25.

Aan het bestuur komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.