Opleidingsreglement

zoals laatstelijk vastgesteld op de jaarvergadering van 22 juni 2012

Inleiding

In het hierna volgende wordt onder opleiding het volgende verstaan:

1. Een aan de opleiding voorafgaande kennismakings- en inventarisatieprocedure met betrekking tot persoonlijke geschiktheid, het in een eventuele eerdere psychoanalytische psychotherapie of psychoanalyse hebben ondergaan van een psychoanalytisch proces , vooropleiding, opleidingsonderdelen waarvoor dispensatie kan worden gegeven, adviezen voor een leerroute op maat, etc.

2. Een theoretische en technische cursus.

3. Educatieve staf.

4. Onder supervisie uitgevoerde psychoanalytische psychotherapieën. .

De leerbehandeling dient te worden beschouwd als voorwaarde voor het volgen van de opleiding en niet als onderdeel hiervan.

De leerbehandeling dient te worden uitgevoerd door een voor dit doel door de NVPP erkend leeranalyticus/psychoanalytisch leertherapeut.

De verantwoordelijkheid voor de kennismakings- en inventarisatieprocedure berust bij de toelatingscommissie. Aan elk van de elementen van de opleiding stellen Statuten en Huishoudelijk Reglement van de NVPP een aantal eisen. Na voltooiing van de opleiding kan de cursist het gewone lidmaatschap van de vereniging aanvragen bij het bestuur.

 

1.       De organisatie van de opleiding

1.1.   Samenstelling van de Opleidingscommissie:

Voor de samenstelling van de Opleidingscommissie (OC) en de kwalificaties van de leden van de  OC wordt verwezen naar artikel 23.1 van het Huishoudelijk Reglement.

1.2.    Taken en verantwoordelijkheden van de Opleidingscommissie

De Opleidingscommissie (OC) is verantwoordelijk voor de organisatie en uitvoering van de opleiding. Daarnaast adviseert zij aan de vereniging omtrent de ontwikkeling en andere beleidsaspecten van de opleiding. Zij ontplooit daartoe zelf activiteiten of stuurt daartoe commissies (in een samenwerkingsverband met andere verenigingen) of derden (indien een deel van de opleiding wordt georganiseerd door een orgaan buiten de vereniging) aan. Uitvoering van bovengenoemde taken houdt onder meer het volgende in:

o De OC ziet erop toe dat de opleiding voldoet aan gangbare (nationale en internationale) kwaliteitsnormen.

o De OC brengt gevraagd en ongevraagd beleidsadviezen uit aan het bestuur. De OC ontwikkelt en formuleert kwaliteitsnormen waaraan theoretisch-technische cursussen, supervisie, docenten, aspirant-opleidingskandidaten en het einddiploma van de opleiding dienen te voldoen.

o De OC ontwikkelt een regeling voor de uitvoering van de leerbehandeling. Ten aanzien van de ontwikkeling hiervan laat de OC zich adviseren door de Commissie erkenning leeranalyticus/psychoanalytisch leertherapeut. Ten aanzien van de (ontwikkeling van) normen voor de supervisie laat de OC zich adviseren door de coördinator supervisie-evaluaties en de Supervisoren Opleidingscommissie (SOC).

o De OC initieert, participeert in, en houdt toezicht op het functioneren van commissies van uitvoering samen met zusterverenigingen, indien een deel van de opleiding in gezamenlijkheid wordt gegeven, dan wel treedt in overleg en houdt toezicht op de uitvoering van opleidingsonderdelen die door derden worden verzorgd.

o De OC ontwikkelt het theoretisch onderwijs, stelt cursussen op, draagt de cursussen ter erkenning voor aan het bestuur, benoemt docenten hiervoor, voert het cursusprogramma uit en evalueert de kwaliteit van het onderwijs; dan wel ziet erop toe dat anderen dat namens haar op correcte wijze uitvoeren.

o De OC ontwikkelt en organiseert technische seminaars en educatieve staven, benoemt docenten hiervoor, evalueert de kwaliteit van onderwijs; dan wel ziet erop toe dat anderen dat namens haar op correcte wijze uitvoeren.

o De OC ziet toe op de voortgang van de individuele kandidaten.

 

1.3. Taken van de mentor en van de opleidingscoördinator

Mentor:

De mentor wordt door de cursisten geraadpleegd over alle vertrouwelijke zaken de opleiding betreffend.

Opleidingscoördinator:

De opleidingscoördinator bewaakt de voortgang van de individuele opleidingskandidaten. Dit omvat o.m.:

o toezicht op de inhoudelijke evaluaties van de supervisies

o het vaststellen van het eindoordeel over deze aspecten van de opleiding van de opleidingskandidaten.

Daartoe ontwikkelt hij procedures voor een concrete begeleiding van de cursisten, en controleert de schriftelijke evaluaties en houdt zo nodig besprekingen met de supervisoren en de cursisten over hun individuele voortgang. Op grond van de bevindingen doet hij voorstellen aan de OC ter beoordeling/bekrachtiging, zowel ten aanzien van het beleid en de eventuele knelpunten daarin, als ten aanzien van de voortgang van individuele opleidingskandidaten.

 

2.     De kennismaking en inventarisatie voorafgaande aan de opleiding

Op het tijdstip van de aanmelding dient de aspirant-cursist schriftelijk tot tevredenheid van de toelatingscommissie van de NVPP te kunnen aantonen te zijn toegelaten tot en ook daadwerkelijk te zijn begonnen met een post-masters basisopleiding in de psychotherapie of met een post-masters opleiding tot psychiater of klinisch psycholoog, dan wel deze te hebben afgerond. Daartoe dient hij een door die betrokken opleiding ondertekend dossioma te tonen.

 

2.1 Aard en functie van het kennismakings- en inventarisatiegesprek

Het kennismakings- en inventarisatiegesprek komt in de plaats van het vroegere selectiegesprek. Het is niet primair bedoeld om te beoordelen of aspirant-cursisten tot de opleiding kunnen worden toegelaten dan wel moeten worden afgewezen, maar dient om het reeds behaalde niveau van persoonlijke ontwikkeling en van verworven kennis en vaardigheden voor het doen van psychoanalytische psychotherapieën in te schatten, om op basis daarvan een opleidingsadvies op maat te kunnen geven. Indien een kandidaat in aanmerking wil komen voor vrijstelling(en), kan dat alleen worden aangegeven in het kader van het kennismakings- en inventarisatiegesprek.

Een essentieel onderdeel van dit kennismakings- en inventarisatiegesprek is ook een inschatting of de aspirant-cursist in een eerdere psychoanalyse of psychoanalytische psychotherapie een psychoanalytisch proces heeft doorgemaakt.

2.2. Geldigheidsduur

Het gegeven opleidingsadvies op maat heeft een geldigheidsduur van 2 jaar.

2.3. De kennismakingsprocedure:

2.3.1. Kandidaten dienen schriftelijk van hun belangstelling tot het volgen van de opleiding kennis te geven aan het secretariaat van de NVPP. Deze aanmelding dient vergezeld te gaan van een curriculum vitae, waarin naast de gebruikelijke biografische gegevens informatie wordt verschaft over kennis en vaardigheden op het gebied van de psychotherapie, alsmede over de motivatie tot het volgen van de opleiding, en over reeds eerder doorgemaakte psychoanalytische (leer-)therapieën of psychoanalyses.

2.3.2. De secretaris van de toelatingscommissie wijst een kandidaat een lid van de toelatingscommissie toe, met wie hij/zij het inventariserend gesprek kan hebben.

2.3.3. De kandidaat neemt binnen 14 dagen contact op met dit lid en wordt in de gelegenheid gesteld binnen vier weken nadat hij/zij contact heeft opgenomen het inventariserend gesprek te voeren. Uiterlijk binnen een maand na het inventariserend gesprek brengt dit lid zijn advies uit aan de secretaris van de toelatingscommissie. De toelatingscommissie neemt op basis hiervan een besluit. De secretaris stelt de kandidaat en het bestuur op de hoogte van dit besluit. In voorkomende gevallen kan tot een tweede gesprek worden overgegaan, zowel op verzoek van de toelatingscommissie als op verzoek van de kandidaat. De toelatingsprocedure duurt in principe niet langer dan vier maanden.

2.3.4. Dit besluit behelst een gedetailleerd opleidingsadvies met betrekking tot de opleidingsonderdelen die de kandidaat alsnog dient te volgen.

2.4. Het opleidingsdossier

2.4.1. In het opleidingsdossier worden door de toelatingscommissie vastgelegd : het CV en de motivatie van de kandidaat en het opleidingsadvies op maat van de toelatingscommissie. Nadat het advies is uitgebracht en de kandidaat zich schriftelijk hiermee akkoord verklaard heeft wordt het opleidingsdossier overgedragen aan de opleidingscommissie, die daarin de verdere voortgang van de kandidaat bijhoudt.

2.4.2. De kandidaat heeft recht op inzage in het dossier en correctierecht, mochten gegevens onjuist zijn opgenomen.

2.4.3. Vernietiging van het dossier vindt plaats als de kandidaat schriftelijk te kennen heeft gegeven zich terug te trekken uit de procedure.

2.5. De beroepsprocedure

2.5.1. Indien de kandidaat het niet eens is met het advies, dan kan hij/zij binnen drie maanden na dagtekening van de beslissing van de toelatingscommissie een gesprek aanvragen met de voorzitter van de toelatingscommissie. Indien dit gesprek niet naar tevredenheid van de kandidaat verloopt, kan hij/zij alsnog binnen drie maanden na dit gesprek in beroep gaan door het indienen van een gemotiveerd bezwaarschrift bij de secretaris van de commissie van beroep. Deze beheert dan het dossier tot de beroepscommissie er een uitspraak over heeft gedaan. Indien de kandidaat met deze uitspraak akkoord gaat wordt het dossier alsnog aan de opleidingscommissie overgedragen.

2.5.2. De commissie van beroep en het bestuur handelen vervolgens conform artikel 12 lid 2 t/m 4 van het HHR.

2.6. Toelating tot de cursus

De toelating tot de cursus is gedelegeerd aan de OC.

De aspirant-cursist dient op het moment dat de opleiding van start gaat begonnen te zijn met de leerbehandeling, dan wel vrijstelling hiervoor ontvangen te hebben.

Beleidsvoorwaarden met betrekking tot (de bijstelling van) de criteria, die bij de toelating worden gebruikt, worden voorbereid door de OC en vastgesteld door het bestuur. Deze voorwaarden hebben uitsluitend betrekking op de logistieke aspecten, en niet op de geschiktheid van de kandidaat.

 

3.     De opleiding

 

3.1. De opleiding bestaat uit:

a. een cursorisch gedeelte, zie 3.2.

b. een technisch seminar, zie 3.3.

c. een educatieve staf, zie 3.4.

d. onder supervisie uitgevoerde therapieën, zie 3.5.

 

3.2. Het cursorisch gedeelte

De vormgeving en uitvoering van het cursorisch gedeelte wordt, wat betreft de algemene theoretische aspecten, uitbesteed aan de cursuscommissies. Slechts de onderdelen die de techniek van de psychoanalytische psychotherapieën betreffen vallen rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van de opleidingscommissie, evenals de technische seminaria. Een cursuscommissie legt haar voorstellen m.b.t. het curriculum ter goedkeuring voor aan de opleidingscommissie. In dit curriculum dient in ieder geval voldoende aandacht besteed te worden aan de volgende onderdelen:

1. Psychoanalytische basisconcepten

2. Theorie van de techniek van psychoanalytische psychotherapie, zowel inzichtgevend als steunend, zowel kortdurend als niet-tijdsgelimiteerd.

3. Psychoanalytische ontwikkelingstheorie

4. Psychopathologie

5. Onderzoek en indicatiestelling, inclusief het Gehechtheids Biografisch Onderzoek.

6. De meest recente fundamentele ontwikkelingen in de analytische theorie en hun behandelimplicaties.

7. Nieuwere analytische inzichten rond trauma en traumaverwerking.

8. Levensfase-specifieke aspecten van psychoanalytische psychotherapieën (kinderen, adolescenten, volwassenen, ouderen)

Facultatieve onderwerpen binnen het kader van de capita selecta:

1. Gevarieerde klinische onderwerpen, waaraan extra aandacht besteed wordt, bijv. masochisme, perversie, forensisch psychiatrische problematiek, narcisme, borderline, psychosebehandeling, interferentie met psychopharmaca, eclectische therapie.

2. Klinische psychotherapie.

3. Variaties van analytische psychotherapie naar setting: groepstherapie, gezins¬therapie, echtpaar-relatietherapie.

4. Research.

5. Beroepsethiek/-problematiek rond beroepsfunctioneren.

6. Dromen en hun verwerking in analytische psychotherapieën.

7. Therapeutische aspecten van crisissituaties.

8. Naar keuze verder in te vullen.

De wijze waarop elk onderdeel wordt getoetst wordt door de docent vastgesteld.

 

.3.3. Het technisch seminar

In het technisch seminar wordt een aantal behandelingen van cursisten gedurende langere tijd gevolgd, waarbij de seminarleider niet alleen de casus superviseert, maar deze ook gebruikt om aspecten van de theorie van de techniek te verduidelijken.

 

3.4. De educatieve staf

De educatieve staf is een praktijkstage in onderzoek en indicatiestelling voor psychoanalyse en psychoanalytische psychotherapie.

 

3.5 De supervisie

Voor de basisvoorwaarden en uitgangspunten met betrekking tot supervisie wordt verwezen naar het “Kader voor Supervisie”, dat een integraal onderdeel vormt van dit Opleidingsreglement.Supervisie beoordelingen in de nieuwe NVPPstructuur, kader voor supervisie

3.5.1. De supervisie betreft tenminste vijf psychotherapieën bij minimaal drie verschillende, door de NVPP erkende gewone dan wel register-supervisoren. Supervisies bij register-supervisoren kunnen binnen de NVPP-opleiding alleen erkend worden als de betreffende superviseren tevens erkend zijn als gewoon NVPP-supervisor.

3.5.2. De gesuperviseerde therapieën kunnen reeds na toelating tot de opleiding gestart worden, mits men in een basisopleiding tot psychotherapeut naar het oordeel van de OC (op voorstel van de coördinator supervisie-evaluaties) voldoende theoretisch-technische scholing in het doen van psychoanalytische psychotherapieën heeft gehad om met vrucht psychoanalytische psychotherapieën onder supervisie te kunnen verrichten. In de overige gevallen dient men te wachten tot een halfjaar nadat men met het theoretisch-technische deel van de opleiding begonnen is. De supervisies moeten in ieder geval begonnen zijn vóór het derde jaar, tenzij hiervoor van de opleidingscoördinator een dispensatie van in principe maximaal één jaar is verkregen.

3.5.3. Bij voorkeur moeten de vijf psychotherapieën als volgt verdeeld worden:

– minimaal 1 inzichtgevende therapie 2 x p w

– minmaal 1 inzichtgevende therapie 1 x p w, niet tijdsgelimiteerd

– minimaal 1 inzichtgevende therapie 1 x p w kort

– minimaal 1 steunend-structurerende therapie 1 x p w

– minimaal 1 steunend-structurerende therapie 1 x p 2 w.

Bij gegronde redenen, zulks ter beoordeling van de OC, kunnen deze eisen door de OC, op voordracht van de opleidingscoördinator, voor één of meerdere onderdelen aangepast worden. Psychodynamische psychotherapieën, die onder het behandelgebied van een door de NVPP erkend register vallen, maken ook onderdeel uit van bovengenoemde verdeling.

3.5.4. De duur van de supervisie moet minimaal twee jaar bedragen bij elk van de supervisoren.

3.5.5. Een van de gesuperviseerde individuele psychoanalytische psychotherapieën dient minimaal twee jaar te duren gedurende de supervisietijd.

3.5.6. Het totaal aantal supervisie-uren moet tenminste 125 bedragen.

3.5.7. De indicatie voor de te superviseren therapie wordt met de zelf aangezochte supervisor vastgesteld op grond van een uitgebreid onderzoeksverslag.

3.5.8. De cursist draagt zelf zorg dat de werkgever schriftelijk toestemming verleent psychotherapie uit de werkkring te laten superviseren.

3.5.9. De cursist dient in het kader van de opleiding tenminste 500 uur psychoanalytische psychotherapie te verrichten onder supervisie.

3.5.10 De frequentie van de supervisie wordt vastgesteld in overleg met de supervisor. De supervisoren over de eerste twee therapieën hebben de bevoegdheid om, indien zij dat nodig achten, van de cursist te eisen dat hij/zij over deze therapieën gedurende enige tijd wekelijks supervisie ontvangt en daarna tweewekelijks.

3.5.11. De supervisoren dienen de cursist niet alleen te helpen bij het ontwikkelen van zijn/haar behandeltechnische vaardigheden, maar in dat kader ook regelmatig feedback te geven op aspecten waarin de cursist niet adequaat functioneert, met daaraan gekoppeld suggesties ter verbetering. Deze feedback mondt uit in een halfjaarlijkse rapportage van de supervisor aan de opleidingscommissie, die hij/zij met de cursist bespreekt. Zo nodig kunnen evaluaties uitmonden in concrete adviezen aan de OC enerzijds met betrekking tot extra eisen te stellen aan de cursist, (zoals het doen van extra psychotherapieën onder supervisie voor speciale problematiek waar de cursist veel moeite mee heeft of het opnieuw in leertherapie gaan om bepaalde hardnekkige tegenoverdrachtsproblemen op te lossen) en anderzijds het advies om de opleiding te staken.

3.5.12. De kosten verbonden aan de supervisie worden door de cursist betaald aan zijn/haar supervisoren.

3.5.13. In de 5 jaar voorafgaand aan de aanvraag voor het gewone lidmaatschap dient men minimaal 1000 uur individuele psychoanalytische psychotherapieën te hebben verricht. Hierbij zijn de uren psychotherapie, die men in het kader van de NVPP opleiding, dan wel in het kader van een vrijstelling, verricht heeft, inbegrepen. In uitzonderingsgevallen is de OC gerechtigd deze termijn te verlengen.

3.6. Besluitvorming over de voortgang van de opleiding

3.6.1. De OC draagt verantwoordelijkheid voor het geheel van een opleiding. In het bijzonder bestaat de verantwoordelijkheid uit het nemen van besluiten ten aanzien van de verdere deelname van individuele cursisten aan de verschillende onderdelen van de opleiding. De OC baseert zich bij haar besluitvorming op de volgende gegevens: beoordeling door docenten (over het cursorisch deel), beoordeling door de supervisoren (over de voortgang van de behandelingen), indrukken van de cursisten over het eigen functioneren.

In twijfelgevallen en bij overweging van een negatief besluit laat de OC zich adviseren door een ad hoc evaluatiecommissie, bestaande uit:

o de opleidingscoördinator

o alle supervisoren van de betrokken cursist

o twee docenten.

3.6.2. De opleidingscoördinator neemt in ieder geval jaarlijks met iedere cursist contact op, teneinde diens voortgang te bespreken, zowel m.b.t. de vraag of de cursist met zijn gesuperviseerde psychotherapieën op schema ligt, als m.b.t. de inhoud van de supervisie-evaluaties. Daarnaast heeft de cursist te allen tijde het recht om contact op te nemen met de opleidingscoördinator.

3.6.3. Beroepsmogelijkheden

Hiervoor wordt verwezen naar art. 12 HHR.

 

4.     Dispensaties

Het is onder bepaalde voorwaarden mogelijk dispensatie te verkrijgen met betrekking tot sommige van de eisen die worden gesteld aan het verkrijgen van het lidmaatschap. Verzoeken daartoe moeten schriftelijk worden voorgelegd aan de secretaris van de toelatingscommissie.

Dispensatie is mogelijk:

4.1. t.a.v. de leerbehandeling:

4.1.1. Indien de kandidaat een psychoanalyse/psychoanalytische psychotherapie heeft ondergaan, waarin naar het oordeel van de toelatingscommissie een psychoanalytisch proces heeft plaatsgevonden, kan door de toelatingscommissie ontheffing van de leerbehandeling, zoals die is omschreven in de statuten, worden verleend.

Indien het dispensatieverzoek wordt afgewezen, dient de leerbehandeling uiterlijk te beginnen tijdens de eerste gesuperviseerde analytische psychotherapie.

4.1.2. Indien de kandidaat bij de aanmelding in psychoanalyse/psychoanalytische psychotherapie is bij een psychoanalyticus/psychoanalytisch psychotherapeut, niet zijnde AVL/PVL, kan door de toelatingscommissie ontheffing worden verleend van de eis tot leerbehandeling door een AVL/PVL.

 

4.2. t.a.v. de theoretisch-technische cursus:

4.2.1 Indien de tot de opleiding toegelaten cursist een (basis)opleiding heeft gevolgd, die door de toelatingscommissie is geaccrediteerd, kan hij/zij van de desbetreffende opleidingsonderdelen gehele of gedeeltelijke vrijstelling krijgen.

Indien hij/zij een niet-geaccrediteerde (basis-)opleiding heeft gevolgd, beslist de toelatingscommissie aan de hand van het door de cursist gepresenteerde dossioma welke opleidingsonderdelen voor gehele of gedeeltelijke vrijstelling in aanmerking komen..

4.2.2 Indien een theoretisch-technische opleiding is of wordt gevolgd bij een psychoanalytische vereniging kan kwijtschelding worden verleend van het volgen van de theoretisch-technische opleiding van de NVPP, behalve de onderdelen die betrekking hebben op de behandelmethodiek van de psychoanalytische psychotherapieën en het technisch seminar.

4.2.3 Indien de kandidaat een opleiding gevolgd heeft bij een buitenlandse vereniging voor psychoanalyse en/of psychoanalytische psychotherapie beslist de toelatingscommissie aan de hand van het overgelegde dossioma van die opleiding of de kandidaat vrijstelling krijgt voor de gehele opleiding, dan wel voor bepaalde, per geval te omschrijven opleidingsonderdelen.

 

4.3.1. t.a.v. de supervisie:

4.3.1 Indien de tot de opleiding toegelaten cursist een (basis)opleiding heeft gevolgd, die door de toelatingscommissie is geaccrediteerd, kan hij/zij voor maximaal 85 uur supervisie en maximaal 340 uur gesuperviseerde therapie vrijstelling krijgen, zulks ter individuele beoordeling van de toelatingscommissie.

Indien hij/zij een niet-geaccrediteerde (basis-)opleiding heeft gevolgd, beslist de toelatingscommissie aan de hand van het door de cursist gepresenteerde dossioma voor hoeveel uur supervisie hem/haar vrijstelling verleend wordt (eveneens tot een maximum van 85 uur supervisie en 340 uur gesuperviseerde therapie).

De betreffende supervisoren dienen over de volgende kwalificaties te beschikken:

1. gewone, dan wel register-supervisoren van de NVPP, dan wel:

2. gewone leden van de NVPP, die tevens opgenomen zijn als supervisor in het NVP register, dan wel:

3. gewone leden van NVPA, NPG of NPAG, die tevens opgenomen zijn als supervisor in het NVP register en een aantoonbare, ruime ervaring hebben met het doen van inzichtgevende en steunende psychotherapieën.

Alleen indien deze eis naar het oordeel van de toelatingscommissie tot een grote onbillijkheid leidt, kan het bestuur op voorstel van de toelatingscommissie gehele of gedeeltelijke dispensatie verlenen.

4.3.2. Indien een theoretisch-technische opleiding is of wordt gevolgd bij een psychoanalytische vereniging kan dispensatie worden verleend wat betreft de supervisie over de inzichtgevende psychotherapieën, in die zin dat maximaal l psychoanalyse voor dispensatie in aanmerking kan komen. Deze analyse komt dan in de plaats van l inzichtgevende therapie met een frequentie van twee keer per week. Voor deze analyse krijgt men vrijstelling van 30 uur supervisie en 120 uur therapie.

Bij deze vrijstelling dient men dan alsnog de volgende therapieën onder supervisie te verrichten:

– minimaal 2 inzichtgevende therapieën van l keer per week, waarvan l kortdurende

– minimaal 2 steunende therapieën, waarvan minstens één l keer per twee weken.

4.3.3. Indien de kandidaat een opleiding gevolgd heeft bij een buitenlandse vereniging voor psychoanalyse en/of psychoanalytische psychotherapie beslist de toelatingscommissie aan de hand van het overgelegde dossioma van die opleiding of de kandidaat gehele of gedeeltelijke vrijstelling krijgt van de supervisieverplichtingen.

4.4 . In bijzondere gevallen.

Indien er naar het oordeel van de toelatingscommissie sprake is van bijzondere omstandigheden of bijzondere begaafdheden van de kandidaat beslist het bestuur op advies van de toelatingscommissie welke vrijstellingen of dispensaties verleend kunnen worden.

4.5. Onvoorzien.

In gevallen waarin dit reglement niet voorzien beslist het bestuur op advies van de toelatingscommissie.

 

5.    Financiën

De leden van de OC ontvangen geen vergoeding. De vergader- en reiskosten van de OC en de kosten voor secretariële ondersteuning worden vergoed door de vereniging. Alle overige kosten komen slechts voor vergoeding in aanmerking na goedkeuring door het bestuur.

Alle overige kosten samenhangend met de opleiding en het kennismakings- en inventarisatiegesprek dienen te worden doorberekend aan de betreffende kandidaten. Hieronder worden ook gerekend de kosten van commissies en derden die (een deel van) de opleiding namens de OC verzorgen.

Bij dit laatste kan o.a. gedacht worden aan de kosten voor de Educatieve staf en het Gehechtheidsbiografisch onderzoek.